karen . hoezee

Gejuich alom.

Ik heb een zin.
Ik heb een traan.
Het ene heeft het andere niet opgeroepen, dat deed een lezer al.
Een voorlezer.

Der Vorleser

Ik kan niet sneller drinken dan ik slik.

De schoonheid in een dans. De kracht van een beweging.

begrijpt u dat? begrijpt u mij?
het is pas als ik mijn handen de vrijheid laat, dat de woorden op papier komen.
Vaak geloof ik het achteraf niet. Dit dacht ik niet, dit is niet ik, dit zijn niet de mijne.
Het lijkt alsof iemand anders de controle overneemt.
De woorden samenvoegt en zinnen vormt.

Ook nu valt de schemer over de ogen. En dat terwijl de ontroering _ het verdriet
alweer achter ons ligt.
Is dit mijn aard?
Is dit ieders aard, die slechts ontkend, tenietgedaan wordt door het alziend oog?
Mag men het, of moet men het?
Ik heb het over (h)erkenning.
En het feit dat niet iedereen erover wil praten. Zo bleek, tenminste.
Ik daarentegen, cultiveer het gegeven, weef er verhaaltjes rond
en klink vaak zieliger dan dat het toen was.

Het gevaar dat aan zinnen, woorden en weefgetouwen meer betekenis wordt gegeven
dan erin werd gelegd, oorspronkelijk, is reëel en kan tot gevaar leiden.
Al is gevaar in deze een woord dat verkeerd geparkeerd staat.

ik hou van dit vlaanderen. van dit oude. hoe het archief zo mooi bij vlaanderen past, haast synoniem is.

de schoonheid van een witte muur, een boekenkast en je hoofd. waarin chaos voor schepping zorgt, en het geschapene voor meer verwarring.

de vraag naar macht

Enkele van de duizenden eendjes, waarover ik het ooit had, besloten blijkbaar nooit aan wal te gaan. Zij lieten zich naar Ijsland stromen, en bezochten het wrak van de Titanic.
Ook een eendje wil wel eens wat cultuur opdoen.

Zullen ook zij in het collectieve geheugen huizen,
waar reeds koning Boudewijn (met een variant: collectief verdriet), Kate Winslet & Leonardo DiCaprio en tenslotte ook de zingende non vertoeven?

Het gaat niet om boekproductie, maar boekconsumptie.
Het boek moet tot zich genomen, geconsumeerd worden.
De consumatie van het gedacht.
Het idee voort te leven dankzij woorden.
De roem die trekt aan alle draadjes.

Ik wil niet weten waarom.
Ik wil weten wie.

En daarom dupliceer ik mezelf, en moet ik tegelijk verloochening in acht nemen.
Om een gevaar voor identificatie, om deelwording aan het geheel te voorkomen.

Ik zoek nog naar een oplossing.
Iemand een antwoord?

Ik wil ik wil ik wil ik.
Ondanks schoolwerk, met name het zoeken naar een verwezenlijking van de nationale identiteit
in de Zweedse literatuur die vervat zit in een ideehistorische canon, geniet ik er toch van
in een bibliotheek te zitten, omringd door Zweedse boeken, kijkend naar het Zweedse (universiteits/natuur)landschap. Hoe vaak kan ik nog Zweeds zeggen? Svensk.
Ik vermoed dat ik er kwistig mee strooi omdat gauw alles voorbij zal zijn.
Dan wordt alles gewoon weer Nederlands, wat ook mooi is, maar niet als dit.
Het feit omringd te zijn. Dat maakt het prachtig. Het feit dat het nu weer een curiosum wordt,
dat nooit nog hetzelfde, verbaasde gevoel zal opwekken, omdat men omringd is geweest.
Het omringde en het toevallige. Ze blijken trouwens ook volledig omkeerbaar te zijn.
Alhier werd namelijk die andere taal een curiosum. En een opwekking van nationalistische gevoelens.
Hoe komt het toch dat men denkt geen wortels te hebben, terwijl men in feite diep in de moederlijke modder vastzit?

De gedachte komt op dat ik vrijer wil zijn. In mijn eigen keuzes, want ik vermoed dat als ik zou willen, het sowieso mogelijk is. Maar men is niet sterk genoeg om in het diepe te springen, om de afgrond de baas te kunnen. En het is daarom dat ik verval in duizend clichés.

Het is genoeg geweest. Nu ga ik om koffie.
(Gisteren kreeg ik trouwens een prachtige brief in de bus.)

aldus!

i festögonblicket koncentreras
alla stundens drömmar

De stad is uit. Het licht is aan.
De nacht is hier en ik. Wij samen
op een feest dat niemand nog hoort
maar waar de muziek vreemde toeren draait.

Ik weet niet meer hoe het voelt. Of wat het is.
Ik weet alleen dat het komt wanneer het komen moet.

De eerste sneeuw
is gevallen
!

Eller hur?

Jag visste att de inte skulle bli tysta.
Synd.

Ik ben beginnen praten. Zoals men zegt: praten is de eerste stap.
En het is een goed medium, dus ik ben er blij om. Denk ik.

Voor het overige praat ik natuurlijk heel de tijd. Praat ik niet, dan ben ik alleen,
of overpeins ik mijn yoghurt in nabijheid van Arabische prinsen.
Praat ik teveel? Förmodligen.
Maar het opent deuren, sluit vensters, doet andere monden bewegen
en maakt de wereld minder groot. Of groter, hangt van de ooghoek af.

Ondertussen is hier een klein vliegje, dat me een beetje ambeteert.
Ik heb me nog niet vaak zo gevoeld als nu, wist je dat?
En al zou ik het kunnen verwoorden, ik doe het niet.
Ik praat, ja, maar ik zeg niet alles. Dat is het verschil.

Ik kijk graag met grote ogen. Daarom droomde ik van een groothoeklens.
De wereld vergroten, of het beeld verbreden.

Ik zit hier goed. Ik ben hier thuis. Ik wil niet weg.

Kärlek?

Du talar ett ord jag inte förstår.

In life there are two different kind of walks.
The first is when you walk out the door and you know you’re coming back.
The second is when you walk out the door and you know you’re never coming back.

Vem vet.

Ik moet slapen na een haast slapeloze nacht.
Te weten dat een muurtje verderop ook Hassan elk uur op de klok voorbij zag schuiven.
Een gebrek aan routine zorgt soms al eens voor kopzorgen en kleine oogjes.
Maak ik er morgen werk van? Dat zou wel mogen. Moeten zelfs.
Opstaan om 9.00 is een mooi begin. Of acht uur dertig? Maar het is reeds half twee. Te zien wat het hoofdje wilt. Maar er moeten (goedkope, eindelijk en hopelijk?) inkopen gedaan worden!
Vi får se.

Oudere berichten »