www.daau.com
innerlijk was ik in staat de wereld als een volmaakt geheel te ervaren, verder kon ik er wel iets van vasthouden, een deeltje, een weerklank, verkleind en vertaald
doubleyoudoubleyoudoubleyoudotabsynthemindeddotbe
innerlijk was ik in staat de wereld als een volmaakt geheel te ervaren, verder kon ik er wel iets van vasthouden, een deeltje, een weerklank, verkleind en vertaald
doubleyoudoubleyoudoubleyoudotabsynthemindeddotbe
morgen is es blau
vielleicht
man weiss nie genau wie das wetter wird
wenn mann es nicht versucht
zumindest
man wird sehen
doubleyoudoubleyoudoubleyoudotpatrickwolfdotcom
Viert ende juicht ende zingt jubilate!
Gefeest alom, hoera.
mm, er komt iets…
jazeker!
binnenkort
misschien
goed?
vaarwel
Ik.
Wil.
Verdwijnen.
Maar niet in het Niets.
Ik moet het nog uitzoeken.
Vertel het me.
Verzwijg het me.
Kies, maar word niet gekozen.
Tot dan zal ik je uitgeleide doen.
Tot dan zal ik bestaan.
Tot.
De.
Grote.
Verdwijntruc.
‘verlangen is als een hond die maar niet wil gaan liggen’, zei hij.
‘neen’, zei ze. ‘het is als tranen die maar niet willen komen.’
Er trok een film over zijn ogen.
Wat hij verzweeg, schroeide zijn strot dicht. Verdriet rond de holte van een keel.
Een wurggreep rond de borstholte.
Ze kon het zien.
‘er is iets onaangenaams gebeurd’, zei ze.
En ze zag hoe hij brak, als een boom die knakt ter hoogte van een oude wonde en midden in een diep, donker woud en niemand die er is om het te horen. Zo brak hij.
‘ja. Ze ging dood’, zei hij.
‘ik moest weten wat ik zocht’, zei hij.
Hij zei: ‘ik ben een tijdbom die te lang blijft tikken. Ik ben een meester in het nodeloos wachten. Ik zie de vrouw van mijn leven. Ik maak het later en later.’
Ze zei: ‘omdat mensen kunnen praten, liegen ze.’
Ze zwegen. Ze wist dat zwijgen een manier van vragen was.
Ze keek naar buiten.
Ze zag de manier waarop mensen uit hun huizen kwamen.
Ze keek zoals een wakende bij een doodsbed naar buiten kijkt. Ze zag alleen haar hoop vanbinnen en hoe die zich traag oploste in gelatenheid.
‘hoe heet je?’ vroeg hij.
Ze hield van de manier waarop hij haar naam herhaalde. Hij spelde haar naam niet. Het was een soort kinderlijk geluid dat hij maakte.
Ze keek naar hem.
Ze keek in het blauw van zijn ogen. Hemelblauw. Luchtblauw. Turkoois.
‘waarom is alles wat ver weg is blauw?’ vroeg ze.
‘het is een van de kleuren van het zonlicht’, zei hij. Zij zou niets geheimhouden.
Hij zei: ‘ik hou van u’ en hij maakte weer dat kinderlijke geluid.
Zij zei: ‘ik hou van u.’
[door Anna Luyten]