Als we nu eens…
Maar niemand wist wat ze precies wou zeggen.
Als we nu eens…
Ze maakte haar zin ook nooit af.
Ze glimlachte even, liep verder, keek vrolijk rond, en zei weer:
Als we nu eens…
Wat? Ze staarden haar aan.
Ze wilden nu eindelijk wel eens weten wat ze wou.*
Wat ze zouden doen. Wat ze zou willen dat ze deden.
Als we nu eens…
Maar weer maakte ze de zin niet af.
En dus begonnen ze te gissen.
Als we nu eens dansten?
Te gissen en te gissen.
Ze schonk geen aandacht.
Als we nu eens gingen zwemmen?
Aan niemand.
Als we nu eens een kampvuur maakten en gezellig samen liedjes zongen?
En iemand zong een liedje.
Ze lachte de schaterlach, maar schudde dan toch het hoofd en liep weer verder.
Als we nu eens…
Ze werden moedeloos.
Kon ze niet eens één keer iets zeggen?
Dan zouden ze doen wat ze zei, en vervolgens met een gerust hart en met gerust gemoed verder kunnen, verder gaan, verder leven.
Maar niets gebeurde.
Als we nu eens…
Ze schonken haar cadeautjes, maakten de lekkerste spijzen voor haar klaar, verleidden haar met dranken waarvan de uitwerking nog zwoeler was dan de naam liet vermoeden, opdat ze toch één keer, als dank, haar zin zou afmaken.
Maar niets hielp.
Als we nu eens…
zoenden? zei een jongen heel zacht.
Hij ging voor haar staan, en kuste haar even op de mond.
Allen hielden de adem in.
{Eentje viel zelfs flauw, die hield z’n adem net iets te lang in.}
De lucht was zwaar van de spanning.
Ja, zei ze.
Als we nu eens zoenden.
En op haar beurt kuste zij de jongen, even zachtjes, op zijn vochtige, naar aardbeien ruikende, volle, zwoele, hete lippen.
{Of ook alle omstaanders elkaar zoenden is niet geweten, noch bekend. Wel is zeker dat zij opgelucht weggingen, en met een gerust hart en gerust gemoed hun leven hervatten.}
Af en toe zijn er nog zekerheden in de wereld.
*Wat als ze dat zelf niet wist?
Wauw, deze vind ik echt een pareltje.
Ik denk dat ik hem nog eens ga lezen