Later
Q: Ben je veranderd?
A: Ik ben een eenzame zwerver geworden.
Q: Eenzaam?
A: Gehard, blij, getaand, zelfzeker, het geluk verzuchtend.
Q: Als een zeeman?
A: Een zwerver.
Toen
Ik ga mezelf uitpuren.
Me tot in de diepste krochten van mijn lichaam zuiveren.
Ontgiften.
Louteren.
Mezelf spoelen,
de binnenkant met zand schuren.
Uitknijpen als een tube lijm. Of tandpasta. Of verf. Of…
Mezelf dus.
Overbodigheid bij het grof huisvuil,
essentialiteit vanbinnen.
Alles eruit.
Leeg.
Ik moet individueler worden.
Ik ga individueel worden.
Ik vraag te veel van mensen.
Q: Wat?
A: Aandacht. Bevestiging.
Zoals je soms in een stortbui moet staan om je terug proper te voelen.
Zoals een vogel zijn veren laat drogen in de zon.
Zoals een hond zich na een zwempartij volledig droogschud.
Zoals men soms het landchap verbrandt om nieuw gewas te krijgen.
Zoals de zon elke dag weer opkomt. De maan verdwijnt.
Het wassen van de maan.
Nieuwheid.
Versheid.
Puurheid.
Het hart, ontdaan van zwaarte, daarna bereid, gereed, klaar.
Klaar om nieuwe, individuele indrukken op te doen.
Ze te vatten, bevatten, grijpen, begrijpen.
Klaar als in: helder.
Zo klaar als een klontje.
Zie je haar lopen?
Daar, door de straten van Gent.
Door de straten van de wereld.
Door alle straten.
Door de wereld.
Met verende tred.
Licht.
Weg van de wereld.
Q: Met een glimlach?
A: Mm. Ze is met iets bezig.
Misschien vindt ze iets.
Misschien heeft ze het al gevonden.
De Ultieme Katharsis van het Zijn.
Van Mijn Zijn.
(al die kapitalen)
Q: Wat doe je?
een vage glimlach, misschien tot hem, misschien tot zichzelf
A: Louter dit.
Q: Laat je me er tot toe?
Laat je me toe tot jezelf?
A: Ooit. Allen.
Ik hou van je woordspel tussen de Katharsis en “Louter dit”. Kan ook een imperatief zijn… Mooi