1. 's Morgens, wanneer de honing en de honingin
koning smeren op hun broodjes,
in de keuken zitten muggenziften.
2. 's Middags om het hardst de regen tellen
en om het eerst beginnen wenen
als een Griek.
3. 's Avonds het bovenlijf ontbloten
en de borsten beurtelings de kleuren
van de regenboog doen ondergaan,
en als de ogen van een kreperende
kikker doen uitpuilen, buiten
in de volle maan.
4. 's Nachts, als edicten dik van ontucht,
een voor een de honing vragen
of mevrouw de koningin wel lekker slaapt.
Ik wil, voor ik verander
in een kei, een mier
of een papaverbloem,
de schepper worden
van een luchtkasteel.
Ik zal de daken knippen
uit inpakpapier,
de kamers vouwen
uit vochtige kranten
en op de muren van muziekpapier
zal ik lachgezichten
voor de ramen schilderen
met metaalinkt.
In mijn slot zullen wonen
duiven van oud zilver.
Ik zal, voor ik verander
in een steen, een dier
of in een slingerplant,
de schepper worden van
een luchtkasteel,
want ik beschik
over de zachte handen
van een uitvinder.
's Nachts stonden ze aan het raam
met maanwitte gezichten te kijken naar de hemel.
We streken neer, hurkten op de daken als katten
We waagden de sprong en vielen
zoals een mond wil vallen op een andere mond.