Ik heb een zin.
Ik heb een traan.
Het ene heeft het andere niet opgeroepen, dat deed een lezer al.
Een voorlezer.
Der Vorleser
Ik kan niet sneller drinken dan ik slik.
De schoonheid in een dans. De kracht van een beweging.
begrijpt u dat? begrijpt u mij?
het is pas als ik mijn handen de vrijheid laat, dat de woorden op papier komen.
Vaak geloof ik het achteraf niet. Dit dacht ik niet, dit is niet ik, dit zijn niet de mijne.
Het lijkt alsof iemand anders de controle overneemt.
De woorden samenvoegt en zinnen vormt.
Ook nu valt de schemer over de ogen. En dat terwijl de ontroering _ het verdriet
alweer achter ons ligt.
Is dit mijn aard?
Is dit ieders aard, die slechts ontkend, tenietgedaan wordt door het alziend oog?
Mag men het, of moet men het?
Ik heb het over (h)erkenning.
En het feit dat niet iedereen erover wil praten. Zo bleek, tenminste.
Ik daarentegen, cultiveer het gegeven, weef er verhaaltjes rond
en klink vaak zieliger dan dat het toen was.
Het gevaar dat aan zinnen, woorden en weefgetouwen meer betekenis wordt gegeven
dan erin werd gelegd, oorspronkelijk, is reëel en kan tot gevaar leiden.
Al is gevaar in deze een woord dat verkeerd geparkeerd staat.
ik hou van dit vlaanderen. van dit oude. hoe het archief zo mooi bij vlaanderen past, haast synoniem is.
de schoonheid van een witte muur, een boekenkast en je hoofd. waarin chaos voor schepping zorgt, en het geschapene voor meer verwarring.