karen . hoezee
Gejuich alom.Archief voor oktober, 2009
en dat wij allemaal wel wilden.
Dat het een trieste zaak is, dat wist ik al langer.
Althans, ik had het moeten weten.
De vraag die zich hier stelt is: hoe dan?
Of was het zo dat een vraag nooit zichzelf stelt,
dat nooit deed, en dat ook nooit zal doen?
Ik wil wel. En hij wou wel.
Maar toen kwam er iets tussen al dat welwillende willen.
De afstand, vermoedelijk. En de afwezigheid,
die niet zo mensonterend is als eerst gedacht,
maar toch ook wel.
Het is een verhaal vol paradoxen. Geen ironie echter in deze historie,
enkel eerbare voorstellen, beloftes die misschien weinig om het lijf hadden,
maar gemaakt werden met een stem vervuld van eerlijkheid.
En toen wachtten wij. Wachten was het enige wat we nog konden.
Wachten is het enige wat we nog steeds doen.
aan het eind van de horizon
In mijn huis
wil ik HOOG zitten/wonen.
huizenhoog
of nog hoger
zodat ik over de huizen heen kan kijken
onbelemmerd
tot aan de einder
en verder
over de horizon
over de wereld
er ligt een verrekijker
om ver te kijken
en er is licht
heel veel licht
dat door de ramen naar binnen glijdt.
Ik wil witheid en glas en geen meubels
die de wanden verstikken
een zetel. een tafel.
wat stoelen
en de rust
stilte.
een stoel voor het raam
ik op de stoel, en de verrekijker
kijken, zwijgen, luisteren.
kijken, luisteren, schrijven.
kijken hoe de natte inkt opdroogt in het volle licht
van de zon.
dit is mijn huis.
een geur die ik herken.
boeken om te (her)lezen.
mijn leven. mijn stilte.
buiten wachten mensen, ontmoetingen, gesprekken.
binnen wacht het raam, de verrekijker.
de kamer der stilte.
hoog. huizenhoog.
het grote verlangen
Heimwee naar Alaska, alwaar ik het inzicht niet kreeg.
Of besefte ik het wel, maar liet ik het sluimeren,
tot Zweden, waar het ten volle tot uiting kwam?
Of neen, het kwam pas later.
Plots overvalt het je. ’s Nachts, bij voorkeur.
Of buiten. Of midden in een boek.
In eenzaamheid. Op een fiets.
Ik moet niet terug, wel elders heen.