karen . hoezee

Gejuich alom.

In Den Otto – de pilootaflevering

In Den Otto – De Pilootuitzending by In Den Otto on Mixcloud

Het begon – nu haast twee jaar geleden – in een nieuwe richting, met nieuwe mensen en gelijkwaardige denkwijzen.

Het werd een utopisch plan, of zo leek het toch. Tot we ervoor kozen door te zetten, ondanks tegenstanders, negatievelingen en andere obstructies…

En toen kwam het er! En het was zéér plezant om het te maken.

Paul et Auguste

Paul et Auguste

Auguste en Paul hadden het lumineuze idee om eens door de stratosfeer te gaan. Maar voorzienigheid is de moeder van de porseleinwinkel, en daarom hadden ze alvast hun picknickmand op hun hoofd gezet. Je weet immers nooit wat je daarbuiten allemaal tegenkomt.

Optioneel zijn is geen keuze.

Natuurlijk weet ik dat het niet erg is.
Maar toch lijken we even teruggeworpen in de tijd,
toen er nog ‘erge’ verplichtingen waren en bepaalde angsten die toen zover voor me uit dreven dat ik er alleen maar ongelukkig om werd.

Nu echter. Er zijn er geen, en toch ook wel. Verplichtingen, daar heb ik het over. Angst is er veel minder, hoewel soms flarden uit een verleden opkomen. Het zijn kleine dingetjes, en het is met verbazing dat ik ernaar sta te kijken. Waarom? Geen idee. En dat komt plots een vlaag van totale adhesie opzetten en gebeurt er toch weer iets.

Adhesie, good word. Adhesie.
Dat zou Miranda zeggen.
Het kan natuurlijk niet blijven duren, en de eerste gevoelens zijn zoals altijd de beste (terugdenkend aan stoffige tijden in montagelokalen, niet eens zo lang geleden – en toch.)

Er is een man. Daar ben ik erg blij om.
Die man is erg lief. Erg mooi. En erg goed in koken. En erg om-van-te-houden.

Belangrijk, of niet?

Oeps, het wordt hier even wat te melig. Gelukkig staat er plots een bouwvakker aan de deur
tegen wie ik me voordoe als een echte kenner van sanitair. Het blijkt immers een loodgieter, bij nader inzien. Hij klopt een beetje op ramen en deuren (dan toch geen loodgieter? Een timmerman misschien?) en ik antwoord in erg stoere taal. Ontwaar ik daar een tikkeltje dialect?

Op het balkon staande zie ik een andere timmerman (hij draagt planken, ik kan dus maar beter zeker van mijn stuk zijn) naar boven staren. Ik besef dat ik me beter wat had kunnen opfrissen vooraleer de deur open te doen.

De zon schijnt eindelijk aan onze kant. Ik ga buitenzitten met een boek.
Verplichtingen kunnen wachten. Zij het eventjes maar.

Ach, wat doet het er ook altijd toe.
Uiteindelijk komt alles altijd goed. Dat deed het vroeger, dat zal het nu doen.
Alles komt goed. Alles komt altijd goed.

Een blik op het moment.

Waar ik mee bezig ben.
Concepten is een lelijk woord. Ik maak ze nu tot waarheid.

Dit schreef ik twee jaar geleden, gewoon dat u het weet.
Gezien de leegheid van het schrijven nu, maak ik ze tot ‘gepost’.

Dat vind ik eigenlijk best wel spannend.

 

Ik leer veel, deze tijd.
Zo leerde ik dat je een liefdesbrief kan léren schrijven.
Ik leerde ook m’n eigen thaumatroop maken (en gaf ‘m vervolgens meteen weg – zo ben ik wel.).
Ik leerde over de Sovjetfilm, de Duitse en de Franse
en ook een beetje Hollywood, zo even tussendoor.
Ik leerde dat het niet meer ging, maar ja:
gedane zaken nemen geen keer, hoe graag je dat ook wil.

Ook leerde ik dat niet altijd
maar soms
en kijk
nu is het er.

voer voor vroeger? de tijden veranderen.

Luisteren naar Discovery
op een vrij luie vrijdag
maakt mijn honger naar kip groot.

Vannamiddag staan er geen dingen op stapel,
doch moet er wel hier en daar wat getypt worden.
Een strak plan, me dunkt.

Verder vervloek ik het gebrek aan fictionaliteit,
maar besef ik tegelijk dat het niet mogelijk zou zijn,
niet nu, niet hier, zo plots en onaangekondigd,
zo niét op zijn plaats. (Om even een alternatief voor
‘out of place’ te gebruiken. Wij ontdekten geschriften
van Belgische mannen, doorspekt met Engelse woorden,
zoals daar zijn ‘as usual’ en ‘i’m processing’,
maar de beste was wel ‘commitment’.)

Ik ga nu de lichten doven en woordeloos de dieren des veldes gadeslaan

Een kleine voetnoot.

Wanneer wij dingen lezen, wanneer wij dingen horen, dan slaat vaak ons hoofd op hol.
In deze past geheel ook het feit om steeds weer terug te grijpen naar die aloude ‘pluralis majestatis’. Of wacht eens, was het ‘pluralis majestate’? Herinneringen, momenten van weleer duiken op. Beelden, geluiden, muziek. Veel accordeonmuziek op warme, zomerse Corsicaanse avonden.

Wij waren nog jong. Alweer wij,
maar in deze wel correct. Wij waren daar met twee. En dan nog alle niet-jonge mensen. Wij waren daar met veel.

Het gevoel de scherpte van toen, minder ver terug in de tijd maar toch wel ettelijke jaren, het gevoel die scherpte verloren te hebben, dringt zich langzaam aan. Toen waren woorden onze enige uitvlucht.
Onze vorm van creatie.
Nu is er ook die andere vorm, die audiofone, oorgevoelige vorm. Iets waar ik niet alle dagen mee kan bezig zijn, dezer dagen zelfs minder dan me lief is.

Ik herlas, en zag dat ergens een rare zinsconstructie zat. Wat zeg ik, dat zal wel op meerdere plekken het geval zijn, en zeker ook niet de eerste keer op dit virtuele gegeven.
Even twijfelde ik over een alternatief, maar toen ik dat niet vond, besloot ik het zo te laten.

Foert. En nu zal ik op publiceren drukken.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.